Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
de taalkoppels zijn subsidiabel in het jaar waarin het taalkoppel gestart is met de taalcoaching;
de taalcoach ondersteunt de taalbehoeftige minimaal anderhalf uur per week gedurende een periode van ten minste een half jaar;
het taalkoppel spreekt, zoveel mogelijk, de Nederlandse taal met elkaar;
de vrijwilligersorganisatie is verplicht:
Minimaal 30% van de taalcoaches een training over het oefenen van de Nederlandse taal te laten volgen;
Alle taalcoaches de training “Armoede, signaleren en verder helpen” via Leef en Leer te laten volgen;
De individuele taalcoaches te stimuleren van het trainingsaanbod, bedoeld in i., gebruik te maken;
de vrijwilligersorganisatie dient eens per zes maanden een kwantitatieve rapportage in met de gegevens van het aantal bereikte taalkoppels, conform het hiervoor vastgestelde format “kwantitatieve rapportage”;
de vrijwilligersorganisatie is verplicht na afloop van de activiteit de "Verklaring Project Taalcoaches 2016-2018" volledig in te vullen;
de vrijwilligersorganisatie is verplicht samen te werken met de Vrijwilligers Centrale Amsterdam;
de vrijwilligersorganisatie is verplicht mee te werken aan het meetbaar maken van het effect van taalcoaching op sociale inclusie;
de vrijwilligersorganisatie volgt de aanwijzingen van de toezichthouder nauwgezet op en is verplicht mee te werken aan het controlebezoek van de toezichthouder.
Hoofdstuk 5
Artikel 12