Wanneer bij de eerste stemming als bedoeld in artikel 31 lid 2 Gemeentewet niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt direct tot een tweede stemming overgegaan.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4
Artikel 40.