Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.
De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval tien dagen nadat het verzoek is ingediend.
Hoofdstuk 5
Artikel 49.