Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Herziening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Venray 2019

1. Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 2. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget, of e. de jeugdige of zijn ouders de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel