1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt vastgelegd:
a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
b. de termijn van 3 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder zich moeten melden bij een jeugdhulpaanbieder dan wel het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 6 lid 5;
c. of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing;
d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
2. Het leefzorgplan maakt deel uit van de beschikking.
3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking naast de in lid 1 genoemde zaken bovendien:
a. de hoogte van het pgb en hoe deze is bepaald;
b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
c. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
4. Het besluit tot toekenning van een individuele voorziening wordt afgegeven:
a. als het gaat om zorg in natura: met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld;
b. als het gaat om een pgb: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur.
5. Bij het besluit wordt informatie verstrekt over de rechten en plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de wet, de verordening en de nadere regels.
6. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en stelt hierover nadere regels.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 7.
Inhoud en geldigheidsduur beschikking
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Venray 2019