Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Subsidiegrondslagen

Onderdeel van Subsidieregeling Jeugd en Onderwijs 2019

5.1.. De hoogte van de subsidie die op grond van deze regeling kunnen worden toegekend worden berekend op basis van onderstaande normen: a. Voor activiteiten behoren tot de categorie vrijwillig jeugd werk: • Een basisbedrag per jeugdlid € 20,-- • Een vast bedrag per goedgekeurde activiteit voor nieuwe en/of experimentele activiteiten. € 400,-- of € 800,-- • Een vast bedrag voor kinderkampen / kindervakantiedagen, - in een kleine kern € 400,-- - in een grote kern € 800,-- • Een vast bedrag voor de instandhouding van de Kinderboerderij in Didam. budgetsubsidie • Een vast bedrag voor de instandhouding en aanschaf van educatie materialen van de Speel-o-theek. € 9.500,-- • Voor activiteiten, die voldoen aan de omschrijving zoals bedoeld in artikel 1, lid f en de nadere omschrijving als bedoeld in artikel 3, onder a. budgetsubsidie b. Voor professioneel welzijnswerk en jeugdgezondheidszorg • Voor activiteiten die voldoen aan de omschrijving zoals bedoeld in artikel 1 lid i, budgetsubsidie • Voor activiteiten die voldoen aan de omschrijving zoals bedoeld in artikel 1 lid j, en de nadere omschrijving als bedoeld in artikel 3.2, budgetsubsidie • Voor activiteiten die voldoen aan de omschrijving, als bedoeld in artikel 1, lid n. budgetsubsidie c. Voor activiteiten op het terrein van de peuteropvang: • Aan ouders die geen kinderopvangtoeslag ontvangen een maximaal bedrag (inkomensafhankelijk) per jaar per peuterplaats. € 1.924,801Jaarlijkse indexatie a.d.h.v. VNG tabel d. Voor activiteiten op het terrein van de VVE: • Maximaal bedrag (inkomensafhankelijk) per deelnemer aan een VVE-programma € 3.712,002Jaarlijkse indexatie a.d.h.v. VNG tabel e. Voor randdiensten basisonderwijs: • Techniekonderwijs 50% huur lokaal • Leerlingenzorg, vast bedrag € 92.000,-- • Culturele jeugdvorming en Kind & Cultuur, vast bedrag per leerling € 2,40 • Wenswijk € 1.500,-- 5.2.. Voor nieuwe en of experimentele activiteiten als bedoeld in artikel 5.1. onder a gelden de volgende normen: voor activiteiten die niet behoren tot het reguliere activiteitenpakket van de aanvrager, die aansluiten bij minimaal 1 effectdoel uit een van de programma’s, bijvoorbeeld: Programma jeugd en onderwijs of , en die bovendien met minimaal met 1 samenwerkingspartner worden uitgevoerd kan een subsidie van maximaal € 400,-- worden verleend. Voor activiteiten die niet behoren tot het reguliere activiteitenpakket van de aanvrager, en aansluiten bij minimaal 2 effectdoelen uit een van de andere programma’s bijvoorbeeld het programma jeugd en onderwijs, en waarbij bovendien wordt samengewerkt met minimaal twee samenwerkingspartners kan een subsidie van maximaal € 800,--worden toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel