De door een ambtenaar naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders redelijk gemaakte studiekosten worden vergoed tot een percentage van: 75 voor cursus-, les- of collegegelden, examen- en diplomagelden, alsmede studiemateriaal met uitzondering van schrijfbehoeften, verzendkosten, duurzame gebruiksartikelen en niet verplicht voorgeschreven met de studie verband houdende boeken; 100 voor noodzakelijke reis- en verblijfkosten, met dien verstande, dat de reiskosten worden berekend naar de minst kostbare wijze van vervoer met een openbaar middel van vervoer en dat geen vergoeding wordt gegeven indien de lessen worden gevolgd of het examen wordt afgelegd binnen het in artikel F 18 van het Algemeen Ambtenarenreglement bedoelde gebied.