Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Afleggen ambtseed of ambtsbelofte

Onderdeel van Regeling ambtseed, ambtsbelofte en integriteitsverklaring griffie Stadskanaal

Aflegging van de ambtseed of -belofte vindt binnen twee maanden na indiensttreding plaats ten overstaan van de persoon genoemd in de navolgende leden en in aanwezigheid van minimaal één getuige. De ambtseed of -belofte wordt door de algemeen directeur/secretaris afgelegd ten overstaan van de burgemeester, tenzij op basis van een hogere regeling anders is bepaald. De ambtseed of -belofte wordt door de afdelingsmanagers afgelegd ten overstaan van de algemeen directeur/secretaris, tenzij op basis van een hogere regeling anders is bepaald. De overige ambtenaren leggen de ambtseed of -belofte af ten overstaan van de manager van de afdeling waar de betreffende ambtenaar werkzaam is, tenzij op basis van een hogere regeling anders is bepaald. Het afleggen van de ambtseed geschiedt door voorlezing van de tekst door degene ten overstaan van wie de ambtseed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreek: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”. Het afleggen van de ambtsbelofte geschiedt door voorlezing van de tekst door degene ten overstaan van wie de ambtsbelofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: “Dat verklaar en beloof ik”. De ambtseed wordt staande afgelegd, waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De ambtsbelofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken. Naast de mondelinge aflegging van de ambtseed of de -belofte ondertekenen de ambtenaar en degene ten overstaan van wie de ambtseed of -belofte wordt afgelegd een formulier (in tweevoud). Het ene ondertekende formulier wordt bewaard in het personeelsdossier, het andere exemplaar is voor de ambtenaar.

Rechtspraak bij dit artikel