Naar hoofdinhoud
Gebruikmaking van eigen vervoermiddel. Voor het bepalen van een vaste belastingvrije tegemoetkoming per maand wordt uitgegaan van de volgende factoren: aantal reguliere werkdagen per jaar: 260; gemiddeld aantal werkdagen in verband met kortstondige afwezigheid: 46; aan de totale reisafstand (heen- en terugreis) is géén maximum gesteld (norm per: 1 januari 2007). De toegestane belastingvrije tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer bedraagt op jaarbasis: 214 (260 – 46) x totale reisafstand x € 0,19 (norm per: 1 januari 2007). Bij het berekenen van de toegestane belastingvrije tegemoetkoming per maand, dient de tegemoetkoming op jaarbasis te worden gedeeld door 12. In de volgende situaties moet de 214 dagen naar evenredigheid worden toegepast: de ambtenaar werkt op minder dan vijf dagen per week; de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar; de reisafstand wijzigt door bijvoorbeeld een overplaatsing of verhuizing. 2 . Gebruikmaking van het openbaar vervoer. Indien de ambtenaar reist per openbaar vervoer, worden de daadwerkelijke kosten vergoed. De originele vervoersbewijzen dienen te worden overlegd.

Rechtspraak bij dit artikel