De Wet Bibob wordt toegepast op de vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van het horecabedrijf, in beginsel met uitzondering van een horecavergunning voor:
a. de zogenaamde paracommerciële instellingen als bedoeld in de Drank- en Horecawet (waaronder stichting en verenigingen op het gebied van sport en welzijn), waarvan de horeca-inrichting in eigen beheer van de rechtspersoon is en niet is verpacht aan een derde;
b. slijterijen. Een slijterij kan worden gezien als detailhandel en de uitsluiting van deze vergunning is in overeenstemming met de Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 maart 2009;
c. een bouwkundige aanpassing van een bestaande horeca-inrichting waarover niet eerder een Bibob-verdenking is gerezen;
d. een wijziging of toevoeging van een leidinggevende die niet tevens eigenaar/ondernemer is;
e. een wijziging of toevoeging van een terras behorende bij een inrichting.
Horeca-exploitatievergunning
De Wet Bibob wordt toegepast op de vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) voor de exploitatie van een horecabedrijf, in beginsel met uitzondering van een horeca-exploitatievergunning voor de op dit type vergunning van toepassing zijnde uitzonderingen genoemd bij de Drank- en Horecavergunning.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Toepassing bij drank- en horecawet en evenementen
Onderdeel van Beleidsregel Bibob 2018 gemeente Nuenen c.a.