Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf

Artikel 5:19

Intrekken standplaatsvergunning

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Horst aan de Maas

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken: indien door de vergunninghouder daarom is verzocht; indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; bij overlijden van de vergunninghouder; indien het college een besluit als bedoeld in artikel 5:20 heeft genomen om de standplaatslocatie op te heffen. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden ingetrokken: indien de vergunninghouder niet of niet tijdig de (financiële) rechten voldoet; indien de vergunninghouder niet eenmaal in de 2 weken van de vergunning gebruik maakt, met uitzondering van een gebruikelijke vakantieperiode; indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer. Bij overlijden van de vergunninghouder en de vergunning niet binnen één maand na het overlijden kan worden overgeschreven op een familielid, werknemer of mede eigenaar van het bedrijf. Bij arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder en de vergunning niet binnen één maand na het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid kan worden overgeschreven op een familielid, werknemer of mede eigenaar van het bedrijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel