Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2:90

Wijzigings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Horst aan de Maas

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:87 intrekken of wijzigen: in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; indien de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; indien er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; indien door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; indien de voorschriften uit de vergunning niet worden nageleefd en/of indien de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel