Naar hoofdinhoud
1. . Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende participatie en de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. . Het college stelt personen of hun vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening; vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende participatie en de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening  te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsplannen betreffende participatie en de Sociale werkvoorziening, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. . Het college zorgt ervoor dat personen of hun vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4. . Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel