De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet die worden gemaakt buiten de gemeentegrenzen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur is:
voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;
voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.
Artikel 3 Scholing
Raadsleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met vervulling van de functie van raadslid, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
Deze aanvraag wordt ingediend voorafgaand of tijdens het jaar waarop de aanvraag van toepassing is en gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
De griffier inventariseert in december wat de scholingsbehoefte is voor het komende jaar.
Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.
De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken overeenkomstig het tweede lid en met inachtneming van de volgende criteria:
deelname aan de scholing is van algemeen belang voor de vervulling van het raadslidmaatschap en
het budget is toereikend.
In voorkomende gevallen (bijvoorbeeld als de aanvraag niet voor vergoeding in aanmerking komt of de aanvrager kan zich hierin niet vinden of bij naderende uitputting van het beschikbare budget) wordt in het fractievoorzittersoverleg beslist op basis van meerderheid van stemmen.
Hoofdstuk
Artikel 2
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADSLEDEN EN WETHOUDERS GEMEENTE HET HOGELAND 2019