Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:40c

Weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:40 b, tweede lid weigeren: a. als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; d. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; f. als er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. als de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende beheersverordening; h. als een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór het indienen van de aanvraag om vergunning een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel