Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:12

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden binnen de bebouwde kom en houtopstanden op erven of in tuinen buiten de bebouwde kom, wanneer het betreft: a. de loofhoutsoorten: • berk (Betula), • esdoorn (Acer), • kers (Prunus), • lijsterbesachtigen (Sorbus), • gouden regen (Laburnum), • goudiep (Ulmus carpinifolia ‘Wredei’), • hulst (Ilex), • Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’), • Appel (Malus), • Peer (Pyrus) • Krenteboompje (Amelanchier), • fluweelboom (Rhus); b. de naaldbomen, met uitzondering van Taxus (Taxus soorten). 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor houtopstanden voor zover artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing is en voor houtopstanden wanneer het betreft de uitzonderingen, zoals genoemd in artikel 4.1, sub c t/m h van de Wet natuurbescherming. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tenslotte niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:18 van deze paragraaf; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of terugzetten als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten; d. hagen of heggen staande in de onmiddellijke nabijheid van woonbebouwing binnen de bebouwde kom, waarbij sprake is van een zekere ruimtelijke relatie met deze woonbebouwing. e. het periodiek dunnen van houtopstanden ter uitvoering van regulier onderhoud. 5. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen (noodkap). 6. Het tweede lid is niet van toepassing, voor zover het betreft: a. Houtopstanden: - in een tuin behorende bij een historisch pand; - in de gebieden zoals weergegeven in bijlage 2; - zijnde geregistreerde monumentale bomen bij ‘De Bomenstichting’ te Arnhem; - op door het college nader aan te wijzen plaatsen. b. Houtopstanden, zoals genoemd het tweede en derde lid, voor zover het gaat om het dunnen van houtopstanden in de gebieden/parken zoals weergegeven in bijlage 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel