Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:24

Bescherming van het wild

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)

1. Het college is bevoegd, indien bij een hoge waterstand de uiterwaarden geheel of gedeeltelijk zijn overstroomd, ter bescherming van het wild door middel van het plaatsen van borden de daarvoor in aanmerking komende wegen voor al het verkeer met inbegrip van voetgangers af te sluiten. 2. Het is verboden van een weg gebruik te maken of zich daarop te bevinden, welke ingevolge het gestelde in lid 1 is afgesloten, dan wel zich te bevinden op ondergelopen terrein. Het hiervoor gestelde verbod is niet van toepassing op bestemmingsverkeer.

Rechtspraak bij dit artikel