1. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten;
e. als sprake is van een aantasting van het beoogde aanzien van de omgeving;
f. als niet kan worden voldaan aan de door de gemeente vastgestelde uitvoeringsaspecten.
3. Het college kan nadere regels stellen.
4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebied-activiteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)