Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:11

Definities

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)

1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 4.1, sub a Wet natuurbescherming; b. bomen effect rapportage: een standaardbeoordeling van de gevolgen, bijvoorbeeld voorgenomen bouw of aanlegwerkzaamheden, voor houtopstand op basis van de richtlijn in de CROW-Kennismodule Bomen; c. boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; d. boomwaarde: de financiële waarde van een boom of houtopstand zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; e. dunnen: vellen dat uitsluitend als een voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. Waarbij de oppervlakte/grondprojectie van de houtopstand gelijk blijft; f. Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. g. hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen, die na te zijn geknot tot bij de grond, opnieuw op de stronk uitlopen. h. historische panden: Rijks- of gemeentelijke monumentale panden of panden, die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; i. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, boomvormers of andere houtachtige gewassen die onderdeel uitmaken van een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, of een beplanting van bosplantsoen, met de onder sub a genoemde minimale omtrek; j. kandelaberen: het voor meer dan 20% gelijkmatig weghalen van de takken die de kroon van een boom vormen; k. knotten: periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats; l. vellen: rooien, kappen, kandelaberen, het voor de eerste keer knotten of verplanten, evenals het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel