Naar hoofdinhoud
1.. De benoeming van de voorzitter geschiedt zo spoedig mogelijk na de dag, waarop het nieuwe college na de periodieke verkiezingen in functie is getreden. 2.. De leden treden allen tegelijk af, 2 jaar na het periodieke aftreden van het college van burgemeester en wethouders. 3.. De (her) benoeming van de (nieuwe) leden geschiedt zo spoedig mogelijk na de dag, waarop de vertegenwoordigers als genoemd in artikel 2 zijn gekozen danwel voorgedragen, elke 2 jaar na de periodieke gemeenteraadsverkiezingen. 4.. In tussentijdse vacatures wordt door burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk voorzien, zulks zo enigszins mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 2. 5.. De voorzitter, die ophoudt lid van het college van burgemeester en wethouders te zijn, houdt tevens op lid van de marktcommissie te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel