Naar hoofdinhoud
1.. Een woonvoorziening wordt, met uitzondering van een (trap)lift, uitsluitend verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening wordt als volgt vastgesteld: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de DNR 2005 (De Nieuw Regeling 2005), voor zover het college het inschakelen van een architect noodzakelijk acht; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; renteverlies, i.v.m. het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor over deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de belanghebbende bedragen, voor zover de kosten genoemd onder a. tot en met j. meer dan € 900,00 zijn, 10% van die kosten met een maximum van € 340,00. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 wordt gebruik gemaakt van vastgestelde markt-overeenkomstige prijzen (bijlage IV).

Rechtspraak bij dit artikel