Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Tekstplaatsing: Verordening op de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven 2018

Burgers hebben spreekrecht. Een burger kan het woord voeren in de vergadering over zijn zienswijze ten aanzien van een geagendeerd onderwerp. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit driemaal vierentwintig uur voor aanvang van de vergadering aan de secretaris. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het agendapunt, waarover hij het woord wil voeren en namens welke organisatie hij spreekt. Op verzoeken om het woord te mogen voeren, die zijn ingediend na het in het eerste lid bedoelde tijdstip beslist de meningsvormende vergadering op voorstel van de voorzitter. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De spreektijd wordt één maal toegekend, ongeacht het aantal personen en/of instellingen dat een inspreker vertegenwoordigt. De meningsvormende vergadering kan op voorstel van de voorzitter de inspreker een andere spreektijd toekennen. De voorzitter kan de inspreker het woord ontnemen indien naar zijn oordeel het betoog geen of onvoldoende betrekking heeft op het aan de orde zijnde onderwerp. Nadat de inspreker aan het woord is geweest, wordt de meningsvormende vergadering in de gelegenheid gesteld om informatieve vragen te stellen aan de inspreker. De inspreker krijgt de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel