De aanvraag voor subsidieverlening moet worden ingediend tegelijkertijd met de aanvraag voor subsidie voor duurzaam bouwen als bedoeld in Hoofdstuk 2 van deze verordening, en derhalve ook tegelijkertijd met de aanvraag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het op de bedrijfskavel te realiseren bedrijfsgebouw. Indien de subsidie niet tegelijkertijd met de subsidie voor duurzaam bouwen wordt aangevraagd, wordt de subsidie geweigerd.
Bij de aanvraag worden de voorgenomen maatregelen voor beeldkwaliteit en architectuur aangegeven en onderbouwd. Bij de aanvraag dient tevens een advies van Het Oversticht te worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorgenomen maatregelen voldoen aan de in artikel 13, lid 1 genoemde criteria en daarmee naar het oordeel van Het Oversticht een extra inspanning leveren aan beeldkwaliteit en architectuur.
Het college besluit omtrent de subsidieverlening overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.
De subsidie wordt geweigerd indien voor de betreffende bedrijfskavel niet ook recht bestaat op subsidie voor duurzaam bouwen als bedoeld in Hoofdstuk 2 van deze verordening.
Indien het college besluit tot subsidieverlening, wordt de subsidie verleend onder de verplichting dat binnen een maand na melding van het beëindigen van de bouwwerkzaamheden ten behoeve van de nieuwe bedrijfsbebouwing als bedoeld in artikel 1.25, tweede lid van het Bouwbesluit 2012, een verzoek om vaststelling van de subsidie wordt ingediend op de wijze als in artikel 15 geregeld.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieverordening Bedrijventerrein Oosterweilanden gemeente Twenterand 2017