Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Voorwaarden voor toewijzing van een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Wassenaar 2019

1.. In artikel 10 van de Verordening zijn de wettelijke voorwaarden voor het persoonsgebonden budget neergelegd, ter beoordeling aan het college. Het college moet zich er bij het toekennen van een persoonsgebonden budget van overtuigen dat voldaan wordt aan de voorwaarden. Desgevraagd verschaft de cliënt de daarvoor noodzakelijke inlichtingen of gegevens en verleent zijn medewerking aan het onderzoek. De voorwaarden zijn cumulatief. 2.. Het college verstrekt een persoonsgebonden budget aan jeugdigen en/of hun ouders indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: Het persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt op verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders. De jeugdige en/of de ouders stellen een ondersteuningsplan en een budgetplan op. Ten behoeve van het budgetplan en het ondersteuningsplan worden de hiervoor, door de gemeente ontwikkelde, formulieren gebruikt. In het budgetplan staat hoe het persoonsgebonden budget besteed gaat worden. in het ondersteuningsplan staat welke resultaten worden behaald met het persoonsgebonden budget en waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, zoals verwoord onder lid b t/m e hierna; de jeugdige en/of de ouders kunnen overtuigend motiveren dat de door het college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen niet passend zijn in zijn specifieke situatie. Belangrijke motieven om te kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura zijn 1) keuze voor regie op de levering van de hulp; 2) keuze voor een pgb uit noodzaak (omdat de noodzakelijke en/of gewenste hulp in natura niet beschikbaar is); en 3) de aanvrager wil de mantelzorg betalen met het pgb; de jeugdige en/of de ouders worden door het college voldoende in staat geacht om - al dan niet met ondersteuning van het sociale netwerk, een curator, bewindsvoerder, mentor of gemachtigde - de taken, die aan het persoonsgebonden budget zijn verbonden, op verantwoorde wijze uit te voeren. Hiervoor wordt de vragenlijst in bijlage 3 gehanteerd als richtlijn; de jeugdhulp, die met het persoonsgebonden budget wordt ingekocht, is volgens het college van voldoende kwaliteit. De jeugdhulp is veilig, doeltreffend en cliëntgericht. Professionele jeugdhulpaanbieders die uit een persoonsgebonden budget worden betaald, moeten daarnaast voldoen aan de eisen die bij Jeugdwet aan de aanbieders van jeugdhulp in natura worden gesteld; de jeugdige of zijn ouders zijn bereid de kosten die uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate individuele voorziening in natura zelf te bekostigen. 3.. De jeugdige en/of ouders die met een persoonsgebonden budget jeugdhulp inkopen, mogen dit persoonsgebonden budget niet besteden bij tussenpersonen of belangenbehartigers. 4.. Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor spoedeisende hulp. 5.. De jeugdige en/of zijn ouders mag het persoonsgebonden budget alleen na melding bij en goedkeuring door het college maximaal 13 weken per kalenderjaar gebruiken voor het inkopen van zorg in het buitenland. 6.. Indien de jeugdige en/of zijn ouders een persoonsgebonden budget wenst, controleert het college of een eerder besluit waarmee een persoonsgebonden budget is toegekend, is ingetrokken onder toepassing van artikel 8.1.4 van de wet. Het college kan in voorkomende gevallen het persoonsgebonden budget weigeren. Bij toepassing van deze weigeringsgrond hanteert het college een termijn van in ieder geval drie jaar gelegen voor het verzoek om een persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel