1 Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
a bouwwerken geheel of gedeeltelijk af te breken, te verplaatsen of grondverzet uit te voeren.
b onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen verhardingen, walkanten en erf afscheidingen op te richten of te wijzigen.
2 Geen sloopvergunning op grond van de bouwverordening is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders.
3 Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in lid 1 zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 10 tot en met 13 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.