**1..** Dit artikel is alleen van toepassing op cliënten die een voorziening op grond van de Wmo 2015 ontvangen.
**2..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
**3..** De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**4..** In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm;
de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm;
de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm.
**5..** In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
aanvullend vervoer van Versis (maar wel een reizigersbijdrage);
rolstoel (in geval van zorg in natura).
**6..** De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
**7..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening bestaat uit:
de prijs waarvoor de gemeente de voorziening heeft ingekocht bij de aanbieder of leverancier;
onderhoudskosten;
de onderhoudsbijdrage;
verzekering.
**8..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**9..** De duur van de oplegging van de eigen bijdrage wordt als volgt berekend:
voor immateriële ondersteuning (dienstverlening): wordt de eigen bijdrage per 4 weken en voor de totale duur van de inzet van de dienstverlening in rekening gebracht;
voor materiele ondersteuning met een omvang van een totaalbedrag van maximaal € 15.000,- wordt de eigen bijdrage voor maximaal 39 periodes van 4 weken in rekening gebracht;
voor materiele ondersteuning met een omvang van een totaalbedrag hoger dan € 15.000,- wordt de eigen bijdrage voor maximaal 52 periodes van 4 weken in rekening gebracht.
**10..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet (opvang als gevolg van huiselijk geweld), worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of via een pgb vastgesteld en geïnd door de aanbieder die de opvang biedt.
Hoofdstuk 6
Artikel 19.