Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt, 18 jaar of ouder, die op grond van beperkingen voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel gebruik wil maken van aanvullend vervoer kan een Wmo-pas aanvragen bij het college; 2.. Na onderzoek of er sprake is van een lichte vervoersbeperking of een zware vervoersbeperking besluit het college over de vervoersondersteuning door middel van een Wmo-pas: In geval van een lichte vervoersbeperking (de cliënt beschikt zelf nog over vervoersmiddelen waarmee deze gedeeltelijk in de vervoersbehoefte kan voorzien) ontvangt de cliënt een Wmo-pas die recht geeft op gereduceerde vervoerstarieven tot een maximum van 1400 kilometer per jaar (laag jaarbudget); In geval van een zware vervoersbeperking (de cliënt beschikt niet zelf nog over vervoersmiddelen waarmee deze gedeeltelijk in de vervoersbehoefte kan voorzien) ontvangt de cliënt een Wmo-pas die recht geeft op gereduceerde vervoerstarieven tot een maximum van 2800 kilometer per jaar (hoog jaarbudget); Als aan cliënt in de loop van het kalenderjaar ondersteuning in de vorm van een Wmo-pas wordt toegekend dan wordt de omvang van het jaarbudget evenredig bepaald. 3.. Jaarlijks stelt het college de tarieven van het aanvullend vervoer voor cliënten met een Wmo-pas vast: De hoogte van het gereduceerde tarief; Het opstaptarief; De eenmalige paskosten. 4.. De maximale gesubsidieerde reisafstand bedraagt 25 kilometer per rit. Hierboven is het commerciële tarief verschuldigd. 5.. Het College kan bestemmingen aanwijzen, gelegen op een afstand van meer dan 25 km van het huisadres, waarvoor het gereduceerde tarief geldt.

Rechtspraak bij dit artikel