Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 21.

Regels voor een eigen bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en pgb’s (alleen Wmo)

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente West Betuwe)

1. . Dit artikel is alleen van toepassing op cliënten die een voorziening op grond van de Wmo 2015 ontvangen. 2. . Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 3. . De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. . In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm. 5. . In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor: de cliënt die gebruik maakt van de maatwerkvoorziening collectief vervoer (Versis). Bij cliënt wordt een ritprijs in rekening gebracht die gelijk staat aan het tarief openbaar vervoer, bedoeld in artikel 18 van deze verordening; rolstoel; een algemene voorziening. 6. . De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. . De kostprijs van een maatwerkvoorziening bestaat uit: de prijs waarvoor de gemeente de voorziening heeft ingekocht bij de aanbieder of leverancier; onderhoudskosten; de onderhoudsbijdrage; verzekering. 8. . De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 9. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015 (opvang), worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of via een pgb vastgesteld en geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. 10. . Het college kan de aanvrager vrijstellen van het betalen van een eigen bijdrage. Gronden hiervoor zijn: onvoldoende betaalcapaciteit; in het kader van een integrale persoonsgerichte aanpak bij mensen die met politie en justitie in aanraking zijn gekomen of zorg mijden ten gevolge van een psychische beperking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel