Naar hoofdinhoud
1.. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 12 (Uitgifte en indeling graven) door de beheerder. 2.. Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikels 17 (Kennisgeving begraven en asbezorgen), 18 (Openen en sluiten van het graf) en 19 (Te overleggen documenten) opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft verleend; alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel van de begraafplaats de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de levenloosgeborene bevat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel