Naar hoofdinhoud
a.. Wko: Wet kinderopvang; b.. peuteropvang: de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; c.. peuteropvanglocatie: voorziening waar peuteropvang en / of VVE plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; d.. houder: degene die een peuteropvanglocatie in stand houdt; e.. gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang die ingeschreven staat in het Landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen. f.. landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen; een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen in Nederland; g.. reguliere peuterplaats: een rekeneenheid die overeenkomt met een peuterbezoek van minimaal vijf uur en maximaal zes uur, verdeeld over twee dagdelen per week aan de peuterspeelzaal, gedurende maximaal 40 weken per jaar; h.. bezettingsgraad: deelnemers aan de peutergroep gedeeld door de capaciteit van de groep x 100%; i.. peutertoeslag: het college bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag per peuter per uur . j.. ouderbijdrage: de inkomensafhankelijk bijdrage per maand die de houder vraagt aan ouders, gedurende 12 maanden per jaar voor twee dagdelen in de week; k.. VVE: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma voor doelgroepkinderen dat wordt aangeboden binnen de peuteropvang en dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden; l.. doelgroepkind: een kind dat in aanmerking komt voor VVE, gebaseerd op de gewichtenregeling (opleidingsniveau ouders); m.. niet- toeslagouder(s): ouder(s) die geen recht heeft/hebben op de kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid omdat zij niet beide werken.

Rechtspraak bij dit artikel