Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 13

Regels voor pgb

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN JEUGDHULP GEMEENTE OMMEN 2019

1. . Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. . Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3. . De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 4. . De hoogte van een pgb beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget en bedraagt maximaal 81% van de maximale subsidiabele kosten van de maatwerkvoorziening beschermd wonen in natura. 5. . De hoogte van een pgb voor de resultaatgebieden sociaal contracteren bedraagt 82% van het natura budget, die berekend is volgens de regels van de geldende raamovereenkomst sociaal contracteren. 6. . De hoogte van een pgb voor een zaak wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; 7. . Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt , kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: deze persoon hiervoor het tarief hanteert van maximaal 50% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerk voorziening in natura met maximaal het tarief per uur voor een niet professionele zorgverlener zoals in artikel 5.22, lid 2 van de Regeling langdurige zorg is vermeld, en tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 8. . Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 9. . Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding. 10. . Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na verstrekking niet is aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel