1. De aanvrager van de tegemoetkoming:
staat volgens de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven als inwoner van de gemeente Schouwen-Duiveland; en
is 18 jaar of ouder; en
heeft in januari van het aanvraagjaar een inkomen dat niet hoger is dan 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm Participatiewet (voor gehuwden en samenlevenden geldt het gezamenlijke inkomen) ; en
is chronisch ziek of gehandicapt of dient een aanvraag in voor een ten laste komend chronisch ziek of gehandicapt minderjarig kind.
2. Chronisch ziek of gehandicapt is de persoon die:
een indicatie heeft voor de Wet langdurige zorg voor een periode langer dan 6 maanden; of
een indicatie heeft voor de Wet maatschappelijke ondersteuning voor een periode langer dan 6 maanden; of
beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart; of
arbeidsongeschikt is op grond van Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA); of
op grond van de Participatiewet of Wajong ontheffing heeft gekregen van de arbeidsverplichting om medische redenen voor een periode langer dan 6 maanden; of
het verplicht eigen risico van de zorgverzekering twee jaar achtereenvolgens voorafgaand aan de aanvraag volledig heeft opgemaakt; of
het eigen risico van de zorgverzekering van het jaar voorafgaand aan de aanvraag en het lopende jaar volledig heeft opgemaakt;
op 1 januari van het aanvraagjaar jonger is dan 20 jaar, niet voldoet aan bovengenoemde criteria en aantoonbare zorgkosten heeft gemaakt ter hoogte van minimaal het wettelijk eigen risico in de afgelopen twee jaar.
3. Een ten laste komend kind: is een kind dat in de gemeente Schouwen-Duiveland woont en waarvoor de aanvrager in het aanvraagjaar Kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank ontvangt.
Artikel 2
Recht op een bijdrage
Onderdeel van Beleidsregel tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 2018 en volgende jaren.