Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom, indien het betreft:
populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze vakkundig zijn geknot;
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed.
Hoofdstuk
Artikel 2.4