Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:

Kwalificatie van de melding of signalering

Onderdeel van Beleidsregels inzake aanpak woonoverlast Gemeente Olst-Wijhe

Bij een melding of signalering van woonoverlast bij de gemeente wordt door de burgemeester beoordeeld of er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder als bedoeld in de zin van artikel 2:79 van de APV. De burgemeester komt beleidsvrijheid toe in de afweging of hij de hinder ernstig genoeg acht om bestuursrechtelijk optreden te rechtvaardigen. Bij de beoordeling van de melding wordt navraag gedaan bij de melder en bij politie of andere partijen die betrokken zijn bij de aanpak van woonoverlast. In geval van huurwoningen zal navraag worden gedaan bij de woningcorporatie. Melding of signalering voldoet niet aan de eisen van artikel 2:79 van de APV Indien de melding niet kan worden gekwalificeerd als ‘ernstige en herhaaldelijke’ hinder of er is nog een alternatief instrument voorhanden om de woonoverlast aan te pakken zal door de gemeente worden doorverwezen naar de reguliere inzet van interventies. Deze reguliere interventies zijn onder andere: een ‘goed’ gesprek, buurtbemiddeling of mediation, de Vereniging van eigenaren, waarschuwing of boete, de civiele rechter of de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) door de politie. In geval van brandgevaarlijke situaties of verloedering kan de Woningwet van toepassing zijn, in geval van drugs kan artikel 13b van de Opiumwet van toepassing zijn. Melding of signalering voldoet aan de eisen van artikel 2:79 van de APV. Overleg gemeente en andere bij de casus betrokken partijen. De coördinator Integrale Veiligheid treedt op procesregisseur. Deze procesregisseur zorgt ervoor dat de bij de casus betrokken partijen met elkaar in overleg treden om informatie uit te wisselen en voor dossiervorming te zorgen, zie sub b. De bij een casus betrokken partijen zijn de gemeente, dit kunnen afhankelijk van de inhoud medewerkers zijn van team Maatschappelijke Ontwikkelingen, Bedrijfsvoering of Werk Inkomen Zorg. Externe partners die hierbij onder meer betrokken zijn, zijn politie, woningbouwvereniging, maatschappelijk werk en geestelijke gezondheidszorg. Dossiervorming Om gelegitimeerd in te kunnen ingrijpen in geconstateerde gevallen van “ernstige woonoverlast” (in de zin van artikel 2.79 APV) zal een dossier aangelegd moeten worden. In dit dossier kunnen onder meer de volgende documenten worden opgenomen: Informatie over reguliere interventies die al hebben plaatsgevonden, klachten, meldingen, concrete omschreven waarnemingen, registraties en (sfeer)rapportages, processen-verbaal van de politie, de contactgegevens van betrokken bewoner(s), omwonenden en (professionele) partijen en instanties, gespreksverslagen, beoordelingen en evaluaties en adviezen van bij de bestrijding van woonoverlast betrokken partijen. De benodigde informatie zal, met inachtneming van de toepasselijke regels rondom privacy (AVG), in een dossier worden gebundeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel