Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage, de zomernotitie, over de realisatie van de programmabegroting over de eerste vijf maanden van het begrotingsjaar in de laatste vergadering voor het zomerreces. 2.. Deze rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en, indien noodzakelijk, de bijstelling van het beleid, de substantiële aanpassingen van de begrote lasten en baten en een overzicht van: het totaal van de geraamde lasten, exclusief de financiële ruimte voor nieuw beleid (begrotingssaldo), het totaal van de baten en het daaruit voortvloeiende saldo; de substantiële mutaties in de lasten en de baten; de gevolgen voor het begrotingssaldo; zo nodig, een voorstel tot dekking van een begrotingstekort; de voortgang van c.q. in de uitvoering van de investeringen en kredieten. 3.. Naast de voorgaande leden meldt het college dreigende overschrijdingen van de geautoriseerde lasten en van de investeringskredieten en van dreigende onderschrijding van de geautoriseerde baten indien deze van substantiële omvang zijn. Daaronder wordt in ieder geval verstaan een afwijking die: niet binnen hetzelfde programma kan worden opgevangen op zodanige wijze dat het saldo van de baten en van de lasten niet wijzigt; gedekt of toegevoegd wordt uit de post “onvoorzien”, de budgettaire ruimte of via mutaties in de reservepositie; bij wijziging in c.q. van vastgesteld beleid. Zo nodig kan de raad op voorstel van het college van burgemeester en wethouders besluiten tot bijstelling van de budgetten of het beleid.

Rechtspraak bij dit artikel