**1..** Het vellen of te doen vellen van houtopstanden is toegestaan zonder vergunning van het bevoegd gezag indien die houtopstanden:
een stamdiameter hebben kleiner dan 100 cm, gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld; of
moeten worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 3.
**2..** Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor houtopstanden die:
toebehoren aan het soort eik (Quercus), beuk (Fagus) of linde (Tilia) met een stamdiameter groter of gelijk aan 40 cm, gemeten op 1,30 meter hoogte boven maaiveld;
deel uitmaken van het natuur- en bosgebied “Schinveldse Bossen”;
aanlegvergunningplichtig zijn op basis van het, op die locatie, vigerende bestemmingsplan en waarvoor overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid, sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd;
vergunningplichtig zijn op basis van hoofdstuk 4 van de Natuurbeschermingswet;
in het kader van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3 zijn aangeplant.
**3..** Een vergunning als bedoeld in het tweede lid dient te worden aangevraagd door, namens of met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of krachtens publiekelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
**4..** Een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
een op basis van herplantplicht gerealiseerde houtopstand.
**5..** Het bevoegd gezag kan bij weigering of het onder voorschrift verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Er wordt daarbij zoveel mogelijk verwezen naar gemeentelijke bestemmingsplannen, groenplannen, bomenplannen en landschapsplannen.
**6..** De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.
Artikel 2: