**1..** Er is geen juridische grondslag waarop het college de vermogensgrens voor belanghebbende kan verhogen met een bedrag aan reserveringen voor begrafenis- of crematiekosten. Het college houdt hier dan ook geen rekening mee, behalve in de volgende situaties:
Indien de uitvaartverzekering of uitvaartreservering zodanig van vorm is dat gesteld moet worden dat belanghebbende hier niet over kan beschikken, dan neemt het college deze op grond van artikel 31, eerste lid, van de Participatiewet niet als middel in aanmerking. Dit zal zich met name voordoen bij uitvaartverzekeringen welke in natura uitkeren. Het vrijlaten van de waarde van de verzekering in natura is dus niet gelegen in de bestemming van de uitkering maar in het feit er niet over beschikt kan worden.
Indien de uitvaartverzekering echter zodanig van vorm is dat gesteld moet worden dat belanghebbende hier wel over kan beschikken, dan neemt het college deze vanaf € 4500,- op grond van artikel 31, eerste lid, van de Participatiewet als middel in aanmerking. Dit geldt per in de uitkering begrepen gezinslid.
**2..** In het geval belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat hij op korte termijn aangewezen zou raken op een uitkering en hij vermogen steekt in een uitvaartverzekering of een afkoopbare uitvaartverzekering omzet in een niet-afkoopbare zal hem een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan worden verweten.
Artikel 9
Reservering uitvaartkosten bij vermogensvaststelling
Onderdeel van Beleidsregels Middelentoets Laarbeek 2018