Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Premie: uitstroompremie en stimuleringspremie

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Participatiewet/IOAW/IOAZ ’s-Hertogenbosch 2019

Het college kan eenmalig per kalenderjaar een uitstroompremie als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder j Participatiewet toekennen aan: a. een langdurig werkloze die volledig uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene bijstand. b. een langdurig werkloze die gedeeltelijk uitstroomt uit de uitkering door werkaanvaarding doordat de persoon tijdelijk of blijvend is aangewezen op deeltijdwerk en werkzaam is in een dienstbetrekking met een omvang van ten minste 16 uur per week. De persoon behoort niet tot de doelgroep van het experiment met de stimuleringspremie als bedoeld in de leden 4 t/m 8. Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. De uitstroompremie bedraagt € 250,- en wordt toegekend indien de langdurig werkloze 6 maanden geen uitkering heeft ontvangen na de indiensttreding, of indien de langdurig werkloze minimaal 6 maanden een aanvullende uitkering en inkomsten uit deeltijdwerk heeft ontvangen. Het college verstrekt bij wijze van experiment over de in de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 ontvangen inkomsten uit deeltijdwerk uit arbeid of zelfstandig bedrijf/beroep per kalenderjaar een stimuleringspremie als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder j Participatiewet. In aanmerking voor deze stimuleringspremie komen uitkeringsgerechtigden Participatiewet en IOAW: a. Met inkomsten uit deeltijdwerk uit arbeid of zelfstandig bedrijf/beroep; b. Voor zover deze premie bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; c. Gedurende de looptijd van het experiment als bedoeld in lid 4. De volgende uitkeringsgerechtigden Participatiewet en IOAW zijn uitgesloten van deelname aan het experiment met de stimuleringspremie: a. Uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar; b. Uitkeringsgerechtigden met een aanvullende uitkering die werken, en waarvoor de werkgever een loonkostensubsidie en/of vergoeding begeleiding op de werkplek ontvangt; c. Uitkeringsgerechtigden met een aanvullende uitkering die werken in een WSW-dienstverband; d. Uitkeringsgerechtigden met een aanvullende uitkering die werken op basis van een indicatie participatievoorziening beschut werken. De stimuleringspremie wordt toegekend aan de persoon die inkomsten uit deeltijdwerk uit arbeid of zelfstandig bedrijf/beroep ontvangt. De stimuleringspremie bedraagt 50% van de ontvangen inkomsten uit deeltijdwerk uit arbeid of zelfstandig bedrijf/beroep met een maximum van € 200,- per maand en een maximum van € 2400,- per jaar. De stimuleringspremie kan aanvullend op de van toepassing zijnde wettelijke vrijlatingsregeling worden toegekend, maar steeds tot het maximale bedrag van de stimuleringspremie van € 200,- per maand. De stimuleringspremie wordt twee keer per jaar uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel