Naar hoofdinhoud
1.. Indien bijstand als bedoeld in artikel 50 lid 2 van de Participatiewet wordt verleend aan de eigenaar van een woning, die door de eigenaar of zijn gezin wordt bewoond, wordt de bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of in de vorm van pandrecht bij een niet-registergoed. 2.. Er bestaat geen recht op bijstand als er sprake is van vermogen in de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen indien de belanghebbende dit te gelde kan maken door bezwaring, verdere bezwaring of verkoop. 3.. Er bestaat geen recht op bijstand als er sprake is van vermogen in de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen en van de belanghebbende niet verlangd kan worden dit te gelde te maken, moet de belanghebbende een intentieverklaring ondertekenen dat hij bereid is een krediethypotheek te vestigen. Als de belanghebbende hiertoe niet bereid is, wordt het verzoek om bijstand afgewezen wegens het niet meewerken aan de vestiging van krediethypotheek of pandovereenkomst. 4.. Bijstand kan om niet worden verleend indien het vermogen, verbonden in de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen, lager is dan het vermogen genoemd in artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel