Naar hoofdinhoud
1.. Bij verkoop of bij vererving van de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de bijgeschreven rente, terstond afgelost. 2.. Bij verkoop van de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van de belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders kan na toepassing van het gestelde in lid 1 aan belanghebbende een nieuwe geldlening verleend worden, eveneens onder verband van hypotheek of pandrecht voor de aankoop van een andere woning, woonschip of woonwagen. Dit kan tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge lid 1 afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat de belanghebbende het na aflossing vrijgekomen bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning, woonschip of woonwagen. 3.. Indien bij verkoop van de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen op basis van de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden. 4.. Bij verkoop van de zelf bewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aan de belanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 34 eerste lid onderdeel a en tweede lid onderdeel d van de Participatie-wet bij de vaststelling van de geldlening op de woning, woonschip en woonwagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel