Het college toetst onverminderd artikel 2 lid 10 Boetebesluit aan het evenredigheidsbeginsel bij het opleggen van boetes in het kader van het sociaal zekerheidsrecht (artikel 5:46 lid 2 Algemene wet bestuursrecht).
Bij de beoordeling van een op te leggen boete moet gekeken worden hoe de (hoogte van) op te leggen boete zich verhoudt tot:
De aard van de boetewaardige gedraging;
De omstandigheden waarin de belanghebbende verkeerde ten tijde van de gedraging;
De persoon van de belanghebbende en de omstandigheden waarin hij verkeert bij de beoorde-ling van de boete;
De mate van verwijtbaarheid van de boetewaardige gedraging.