Het college stemt de boete af op de verwijtbaarheid van de belanghebbende. Hierbij wordt de volgende verdeling gehanteerd:
100% van het benadelingsbedrag bij opzet of voorwaardelijke opzet;
75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld of grove onachtzaamheid;
50% van het benadelingsbedrag bij normale verwijtbaarheid;
25% van het benadelingsbedrag bij verminderde verwijtbaarheid;
Bij het ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd;
Bij het ontbreken van opzet of grove schuld wordt normale verwijtbaarheid aangenomen.
Voor de hoogte van de maximaal op te leggen boete volgt het college artikel 23 lid 4 van het Wetboek voor Strafrecht.