Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet op grond van doelmatigheidsoverwegingen af van het nemen van een terug-vorderingsbesluit indien: Het terug te vorderen bedrag lager is dan € 150,00 na verrekening met de vakantietoeslag; of De vordering een voorlopige teruggaaf heffingskortingen van de Belastingdienst betreft, waarbij uit de voorlopige berekening blijkt dat de totale vordering lager is dan € 150,00; of Het een terugvordering van de ouderenkorting en/of alleenstaande ouderenkorting betreft; of Het terug te vorderen bedrag is ontstaan door een fiscaal voordeel van een eerder teruggevorderd bedrag aan uitkering, ongeacht de aard van deze uitkering; of De belanghebbende aan wie te veel of ten onrechte uitkering is betaald voor het nemen van het terugvorderingsbesluit is overleden.

Rechtspraak bij dit artikel