**1..** Ten einde de cliënt in staat te stellen een huishouding te voeren, kan een individuele voorziening worden verstrekt indien hij aantoonbare belemmeringen ondervindt bij het uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken.
**2..** In afwijking van artikel 10 lid 2 sub a kan deze individuele voorziening ook worden verstrekt als deze kortdurend noodzakelijk is.
**3..** De voorziening kan bestaan uit:
hulp bij het huishouden basis, die ingezet kan worden voor de volgende werkzaamheden:
boodschappen doen;
licht en/of zwaar huishoudelijke werk (inclusief ramen wassen binnen);
de was doen.
hulp bij huishouden intensief, die ingezet kan worden voor de volgende werkzaamheden:
ondersteuning bij de verzorging van kinderen;
dagelijkse organisatie van het huishouden;
broodmaaltijd of warme maaltijd bereiden;
advies, instructie en voorlichting over huishoudelijke taken;
Hulp bij het huishouden basis-werkzaamheden, mits in combinatie met een of meerdere werkzaamheden als genoemd onder b.
**4..** De voorziening kan worden verstrekt in de vorm van:
in natura; of
een persoonsgebonden budget voor informele en formele zorg.
**5..** Geen voorziening wordt verstrekt als tot de leefeenheid waar de cliënt deel van uitmaakt, één of meer meerderjarige huisgenoten behoren die in staat worden geacht de huishoudelijke taken uit te voeren.
**6..** Lid 5 is niet van toepassing indien deze huisgenoten regelmatig langere perioden niet aanwezig zijn, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter.
**7..** De omvang van de voorziening wordt uitgedrukt in uren en minuten per week.
Artikel 5