1. De waarde van een uitvaartverzekering in natura wordt volgens de regels van de wet in beginsel niet gerekend tot het vermogen waar-over redelijkerwijs kan worden beschikt. De waarde van een kapi-taalverzekering die is bestemd voor begrafenis- of crematiekosten wordt op basis van deze regeling evenmin in aanmerking genomen als vermogen mits wordt voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
a. de bijstandsgerechtigde (en/of diens ten laste komende kinderen) is de persoon op wiens leven de verzekering is afgesloten (de verzekerde);
b. het vrij te komen kapitaal is bestemd voor de voldoening van de kosten van uitvaart van de bijstandsgerechtigde (en/of diens tenlaste komende kinderen, hetgeen dient te blijken uit de polisvoor waarden;
c. het betreft geen combinatie van een uitvaartpolis en een verzekering welke uitkeert bij in leven zijn op een bepaalde datum;
d. Wanneer het vermogen vroegtijdig te gelde worden gemaakt, worden de vrijkomende gelden wel tot het vermogen gerekend;
e. het betreffende vermogen is niet ontstaan als gevolg van een eenmalige storting welke heeft plaatsgevonden op een moment waarop redelijkerwijs te verwachten viel dat er een beroep op bijstand zou worden gedaan en aldus dient te worden gekwalificeerd als het betonen van tekortschietend besef van verant-woordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Hieronder wordt niet verstaan de maandelijkse reguliere premiebetaling.