De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, wordt vastgesteld op:
15 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
50 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
100 % van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.