Naar hoofdinhoud
1.. Voor elke markt stellen burgemeester en wethouders een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat: aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); een kaart van de markt; indien van toepassing, mededeling dat het anciënniteitsstelsel van artikel 5 van toepassing is; aanduiding van de wijze waarop nieuwe vaste standplaatsvergunningen, dagplaatsvergunningen en standwerkvergunningen kunnen worden verstrekt (wachtlijststelsel van artikel 6, selectiestelsel van artikel 7 of lotingsstelsel van artikel 8); voor zover van toepassing, dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt. 2.. Op de kaart zijn aangegeven: de grenzen van de markt; de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning; voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven; indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning; indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een standwerkvergunning. 3.. Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste standplaatsvergunning uiterlijk 1 uur na aanvang van de markttijd] nog niet door de vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor een dagplaatsvergunning worden afgegeven. 4.. Het inrichtingsplan is gedurende markttijd bij de markt aanwezig en in te zien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel