Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.8

Intrekkingsgronden en schorsing KTB-vergunning

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi’s Taxiverordening Breda

1.. Een KTB-vergunning is van rechtswege met onmiddellijke ingang en voor een gelijke periode geschorst als het KTB-keurmerkcertificaat is geschorst. 2.. Een KTB-vergunning vervalt van rechtswege één dag nadat het KTB-keurmerkcertificaat is ingetrokken of vervallen of op het moment dat de geldigheidsduur van het KTB-keurmerkcertificaat is verstreken; 3.. Burgemeester en wethouders kunnen een KTB-vergunning schorsen of intrekken indien: de vergunning is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte onjuiste of onvolledige informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn genomen indien bij het nemen daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; vergunninghouder taxivervoer verricht in strijd met de voorschriften en/of beperkingen die aan de KTB-vergunning zijn verbonden dan wel krachtens deze verordening gestelde nadere regels; dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in het belang van de kwaliteit van taxivervoer noodzakelijk is, onder meer vanwege veranderde wetgeving of gewijzigde omstandigheden of inzichten; vergunninghouder geen gebruik maakt van de vergunning binnen de daarin genoemde termijn of, bij ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn. de gemeente besluit tot invoering van een nieuw systeem van vergunningverlening in de taxibranche; vergunninghouder daarom verzoekt. 4.. Als burgemeester en wethouders op grond van het derde lid overgaan tot schorsing, is deze schorsing in elk geval voor bepaalde tijd.

Rechtspraak bij dit artikel