**1..** Zaken die ingevolge artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt worden beoordeeld op basis van de volgende categorieën van waardebepaling:
woningen op basis van de vergelijkingsmethode;
woningen in aanbouw op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde;
woningen die deel uitmaken van een Natuurschoonwet landgoed en die worden gewaardeerd op basis van artikel 17 lid 5 Wet WOZ;
courante niet-woningen op basis van de vergelijkingsmethode;
courante niet-woningen op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode;
courante niet-woningen op basis van de discounted-cash-flow methode;
agrarische niet-woningen;
courante niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde;
niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
**2..** Voor minder dan 4 zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1 gehanteerd.
**3..** Voor 4 of meer zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt, en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1,5 gehanteerd.
**4..** Indien op 1 aanslag- of beschikkingsbiljet meerdere onroerende zaken zijn vermeld die tot verschillende categorieën behoren als aangegeven in het eerst lid, dan geldt artikel 1.
**5..** Bij samenhangende zaken wordt in elk geval per zaak een bedrag van € 30,- per proceshandeling toegekend voor:
het verlenen van rechtskundige bijstand;
het bijwonen van een hoorzitting.
Artikel 4.