Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Samenhangende zaken die met een wegingsfactor van 1,0 of 1,5 worden gewaardeerd

Onderdeel van Beleidsregels van de gemeente Rijssen-Holten houdende regels omtrent proceskosten “Beleidsregel toepassing wegingsfactoren en taxatietarieven 2019”

1.. Zaken die ingevolge artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt worden beoordeeld op basis van de volgende categorieën van waardebepaling: woningen op basis van de vergelijkingsmethode; woningen in aanbouw op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde; woningen die deel uitmaken van een Natuurschoonwet landgoed en die worden gewaardeerd op basis van artikel 17 lid 5 Wet WOZ; courante niet-woningen op basis van de vergelijkingsmethode; courante niet-woningen op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode; courante niet-woningen op basis van de discounted-cash-flow methode; agrarische niet-woningen; courante niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde; niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. 2.. Voor minder dan 4 zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1 gehanteerd. 3.. Voor 4 of meer zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt, en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1,5 gehanteerd. 4.. Indien op 1 aanslag- of beschikkingsbiljet meerdere onroerende zaken zijn vermeld die tot verschillende categorieën behoren als aangegeven in het eerst lid, dan geldt artikel 1. 5.. Bij samenhangende zaken wordt in elk geval per zaak een bedrag van € 30,- per proceshandeling toegekend voor: het verlenen van rechtskundige bijstand; het bijwonen van een hoorzitting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel