1. Het is verboden om op alle wateren in de gemeente zich met een vaartuig te begeven welke niet wordt voortbewogen door gebruikmaking van peddels of roeispanen dan wel een elektrisch of door spierkracht aangedreven motor of motorvaartuigen die een vermogen hebben van niet meer dan 6 pk (4,41 kilowatt).
2. Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op vaartuigen welke in gebruik zijn bij instanties welke belast zijn met toezichthoudende of hulpverleningstaken of instanties welke onderhoud moeten plegen aan de waterwerken.
3. Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod ontheffing verlenen en hieraan voorschriften verbinden.
HOOFDSTUK 5. › Paragraaf
Artikel 5:31a
Gebruik van vaartuigen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad inhoudende de Algemene Plaatselijke Verordening